Heidepark en Vredelust: Tuinhistorische verkenning en waardestelling

Heidepark en Vredelust: Tuinhistorische verkenning en waardestelling2018-06-08T14:49:10+00:00

Project Description

Heidepark en Vredelust zijn twee naast elkaar gelegen landgoederen ten westen van Tilburg. Het zijn vroege voorbeelden van buitenplaatsen in de landgoederenzone langs de bosrijke gronden aan de uitvalswegen rond de stad.Deze buitens werden veelal aangelegd op initiatief van rijke textielfabrikanten. Het huis Heidepark is beschermd als rijksmonument en in 2014 door de gemeente verkocht. Het krijgt waarschijnlijk een horeca-functie. Het hoofdhuis van Vredelust is afgebroken.

De landgoederen zijn omstreeks 1880-1890 aangelegd ten zuiden van de Bredaseweg in een gebied dat van oorsprong bestond uit woeste heide en dat vanaf ca. 1830 werd ontgonnen en beplant. Heidepark is gebouwd als boerderij met herenkamer en Vredelust als dienstwoning met herenkamer. Beide woningen zijn later verbouwd tot villa. De parken hadden zowel een sier- als een nutsfunctie waarbij delen in gebruik waren als productiebos en er in de directe omgeving van de huizen sprake was van een parkaanleg in landschapsstijl met slingerende padenpatronen en waterpartijen. Dit is nog altijd herkenbaar in de bosbeplanting die divers is en met name in de noordelijke helft van het wandelgebied van parkachtige allure (beukencarré, rododendrons, acacialaan, beuken-/eikenlaan en solitaire bomen). De voormalige moestuin van Heidepark is inmiddels deels wei en deels bos. Enkele lanen in het studiegebied zijn één op één te herleiden naar de aanleg om de pannenbakkerij die net ten westen van het studiegebied heeft gelegen en voeren daarmee terug op de 18e eeuw.

De beide landgoederen worden op het moment als wandelpark gebruikt. De gemeente wil echter ook een mountainbike-route over de landgoederen uitzetten. Het onderzoek van Stichting In Arcadië dient daarbij als inspiratiebron en toetsingskader voor planvorming.

Opdrachtgever: gemeente Tilburg
Locatie: Tilburg, Noord-Brabant
Jaartal: 2018